|
22-09-2008 - De Rivier Kleine glinsterende plaatjes die oplichten in de zon. Ze lijken op diamanten. Meer dan ooit iemand op aarde zou kunnen kopen. Ze drijven op de rivier mee met de wind. Af en toe worden ze uit elkaar gedreven door een boot die langs komt varen. Dan, voor heel even, wordt de magie doorbroken en voelt Franck de rillingen over zijn rug lopen. Pas als de boot voorbij gevaren is en het water weer vlak wordt, keren de diamantjes terug en zijn de rillingen verdwenen.
De sleutel gaat niet snel genoeg in het slot. Franck zijn hand trilt nog wat na van de ruzie die hij net met zijn tienerdochter had. Elise wilde vanavond naar een vreemde party, een feest waar de vloeren wit zullen zijn van de cocaïne, spuiten worden uitgedeeld alsof het lolly’s zijn en de toiletten voor alles gebruikt zullen worden dan voor de normale boodschap. En dat op een schooldag. Hij kent de party’s waar Elise heen wil, weet hoe het er daar aan toe gaat. Ook meisjes die net twee maanden vijftien zijn worden opgeslokt in deze partyscène. Na een tiende poging glijdt de sleutel opeens soepel in het slot en rijdt Franck twintig seconden later weg. In de achteruitkijk spiegel ziet hij Elise staan, in de deuropening, met een te kort rokje en een te laag topje. Haar lichtblauwe ogen verdwijnen in de zwarte make-up dat ze elke ochtend enthousiast om haar ogen heen smeert. Franck rijdt de hoek om en meteen is ze verdwenen. Zijn handen trillen ook op het stuur en om rustig te worden zet hij de muziek aan. De keiharde muziek van Pink Floyd schreeuwt uit de boxen. Het liefst zou hij zijn ogen sluiten, gewoon voor alles.
Pap, ik ga toch. Het staat er echt. Tien over acht is het en het smsje komt niet eens onverwacht. Natuurlijk gaat ze toch, ze lijkt op haar moeder. Of leek. Franck schudt zijn hoofd, hij weet het niet meer. Het plekje tegenover hem aan tafel is leeg. Het eten op het bord koud en het bestek schoon. De bubbels uit de cola zijn al lang vervlogen en op Franck zijn bord liggen enkel nog wat kruimels. Ook koud. Hij schuift zijn stoel naar achteren en laat de etensresten liggen. Hij loopt door de kamer, waar hier en daar nog een leeg wijnglas staat. Dan de trap op, de deur door en staart naar het bureau van zijn dochter. Vol met spullen die je niet voor school nodigt hebt. Condooms, de pil, strings en verschillende kleuren nagellak. Boven het bureau hangen foto’s van Elise en haar veroveringen. In een dronken bui heeft zij hem de namen verteld. Ze vertelde wat ze met hen had gedaan met een sadistische glimlach op haar lippen. Haar dubbelgeslagen tong had de hele situatie nog erger gemaakt, maar toen ze uitgeput in zijn armen was gevallen met de slotzin “was jij mama maar.” Had hij haar alles al vergeven.
Zijn handen wrijven de slaapkorsten uit zijn ogen. Dan grijpt hij naar zijn kin waar nog wat verdwaalde druppels op liggen. Franck kwijlt in zijn slaap. Erg gênant, maar hij kan het absoluut niet helpen. Dan dwaalt zijn blik af naar de klok die al maanden stil staat en daarom nog steeds kwart over twee aangeeft. Elle stopte altijd nieuwe batterijen in dat ding. Zijn horloge loopt wel goed en geeft de tijd van twintig over drie aan. Franck probeert op te staan, maar valt tot twee keer toe terug in de diepe bank. Naast hem staat een nieuw wijnglas tussen de oude glazen en twee lege wijnflessen. Wat minder snel dan eerder op de avond loopt hij de trap op en duwt de deur open. De kamer ligt er nog precies zo bij en Elise is nog steeds niet terug. Franck voelt zich meteen nuchterder en rent de trap af, waarbij de onderste treden overslaat. Elise vond dat altijd leuk, klapte in haar handen om hem aan te moedigen steeds een grotere sprong te nemen. Zijn mobieltje ligt nog op de gedekte tafel met een vol bord en een leeg bord. Niemand heeft hem gebeld of een smsje gestuurd.
Het lijkt alsof de tijd stilstaat. Zo als de klok in de woonkamer die hij en Elise allebei niet goed willen zetten. Weken hebben ze gedaan alsof er niets was gebeurd. Alsof Elle gewoon nog terug zou komen. Nu praten ze er helemaal niet meer over. De onderwerpen dood en Elle worden gewoon verzwegen. Zoals er steeds meer wordt verzwegen. Hij is schuldig aan deze stilte, hij is de vader. Elise was nog maar een kind van dertien. De twee jaren zonder Elle voelden als onzin. Zonder Elle voelt alles als onzin.
Met zijn hand leunt Franck tegen een muur terwijl hij naar de uitgang van de discotheek kijkt. Af en toe komen er giechelende meisjes uit, met veel te oude jongens aan hun arm. Hun ogen zijn bloeddoorlopen en lopen langs Franck heen alsof hij er niet staat. Hij staat hier al drie uur, maar nog steeds is Elise niet naar buiten gekomen. Het liefst zou hij naar binnen stormen en haar eruit trekken, maar twee uitsmijters houden de boel goed in de gaten. Met de woorden “We hebben een leeftijdsgrens” en een flinke duw lag hij op de straat voor de disco. Nu moet hij wachten, totdat zijn dochter uitgesnoven is en klaar is om naar huis te gaan.
“Blijf verdwomme van me af, ik ken je niet!” Franck voelt de nagels van zijn dochter in zijn armen drukken. Zwarte nagels, zo scherp als een scheermes. “Doe niet zo raar, ik ben je vader.” “Flikker op freak, of ik ga gillen.” Hij weet niet of ze doorheeft dat ze al een tijd aan het gillen is. Dan wordt hij bij zijn schouder gepakt en tegen een muur aangekwakt. “Hoorde je haar niet?” Als Franck opkijkt staat een grote vent met littekens op zijn gezicht twee centimeter voor hem. “Ze is mijn dochter.” Zijn stem klinkt klein. “Ik wil haar meenemen, ze is nog maar vijftien.” De man draait zich naar Elise om die op de grond zit en bezig is een sigaret aan te steken. Ze wiegt in de rondte en kan door trillende handen haar aansteker niet aan krijgen. Ooit was dit een lief meisje dat met barbies speelde en constant met een glimlach op haar gezicht rondliep. Haar handen uitstekend naar papa of mama om haar op te tillen. Nu liggen haar handen in haar schoot. De sigaret ligt onaangestoken tussen haar lippen maar Elise lijkt het niet te merken. De klap van de vuist komt onverwacht, Franck was de griezel voor hem even vergeten. “Vanaf nu ben ik haar papa.”
Als de zon eindelijk achter de horizon schuift en de diamanten verdwijnen, ontsnapt Franck een zucht. Weer een dag voorbij. De rillingen komen in veelfout terug en zijn handen beginnen te trillen. Uit zijn broekzak haalt hij een flesje en zet dit tegen de lippen. De diamantjes rollen zijn maag in en laten de rillingen stoppen. Dan staat hij op en slentert naar huis. De deur piept als hij hem openduwt. Op tafel staan twee borden te wachten. Allebei leeg. Dan pakt hij zijn telefoon voor het dagelijkse telefoontje. Hij hoeft niets meer te zeggen. Twee woorden zijn genoeg. “Is ze?” “Nee, meneer Bournet, we hebben nog steeds niets over u dochter gevonden.” “Maar over twee maanden…” Franck durft zijn zin niet meer af te maken. “Wordt ze achttien en kunnen we niets meer doen.” Franck zet de fles weer aan zijn lippen en gooit alles in een keer achterover. Hij laat zich op zijn stoel zakken en gooit de telefoon op tafel. Hoopvol wachtend op zijn telefoontje van morgen. Misschien dan.
Gepost door: nique op 22-09-2008 om 21:07
|
|
|